democratie

Het feest van de democratie

Ik was uitgenodigd voor een feestje op het Binnenhof. Het droeg de cryptische naam #TK2012, maar het was eigenlijk het feest van de democratie, vertelden de partypeople die ik daar aantrof. De sfeer was inderdaad feestelijk. Er liep van alles rond en iedereen kende elkaar. Ik zag een kleine man in puntschoentjes, met korte pofmouwtjes en een grote witte kraag om die achter elkaar sprongetjes maakte, waarbij hij telkens in de lucht zijn hakjes tegen elkaar sloeg. Dat was de Binnenhofnar, zeiden een paar aanwezigen. Anderen vertelden me dat als ze hier op het Binnenhof eens een keer écht hard wilden feesten, ze de Binnenhofnar vroegen om de mensen een glimlach op het gezicht te toveren met malle fratsen. Dat kon ‘ie erg goed. De feestvierders konden zo ongestoord verder feesten en hadden geen last van de buren, die zure spelbedervers. De Binnenhofnar had ook een speciaal, heel klein broekje. Als ‘ie dat aantrok, zo beweerden ze, werd iedereen op het Binnenhof daar weer helemaal blij van. Ik keek nog eens goed naar de Binnenhofnar, en geloofde daar helemaal niets van.

Ik liep de Trêveszaal in, waar helaas een dixieband op leeftijd speelde. Voorin de zaal stond de smile van Mark – de eindbaas van het Binnenhof – opgesteld en achttien meter lang bij vier meter hoog te glimmen en te glanzen dat het een lieve vrede was. Toen ik goed keek, zag ik dat achter de enorme smile een aantal lange tafels stond, waaraan mensen heel hard zaten te feesten. Ze hadden er gevlekte nekken en bezweette voorhoofden van gekregen, van al dat feesten. Vonden ze fijn, zeiden ze, achter de smile van Mark feestvieren. Werden ze tenminste niet gestoord door de mensen die het feest gaven, en op wiens verzoek zij hier zo hard aan het feesten waren. Die mensen begrepen gewoon niet waar al hun gefeest wel niet goed voor was.

Mark zelf kwam de Trêveszaal binnen, liep ferm op me af en zei: Hallo, ik ben Mark, de grofgeschouderde zus van Nina. Wist je dat? De smile van Nina had een jaar eerder weer eens in alle kranten gestaan en was inderdaad overduidelijk het spugende evenbeeld van die van Mark. Ik vroeg waar zijn duimen dan waren. Heb ik niet nodig, zei Mark, mijn smile is veel groter dan die van Nina. Fuck duimen. En fuck vingeren ook. Ik heb niets met vingeren. Als iemand een vinger opsteekt, BAM!, dan duw ik zo mijn smile hard naar voren. Daarna kunnen we vrijwel altijd gewoon weer verdergaan met feestvieren. Ik zei dat ik het begreep, hoewel ik zelf wel erg van vingeren hield. Ik zei ook dat op iedere dansvloer van ieder goed feest uiteindelijk altijd de vingertjes in de lucht gingen, en deed dat toen even voor.

De kracht van de klap van de smile van Mark trof me met een vaart van 130 km/u en slingerde me tientallen meters naar achteren, zo de deur van de Trêveszaal uit en naar buiten, tegen een kale man aan die in de brievenbus van Binnenhof nr. 1 stond te pissen. Hij bood meteen zijn excuses aan voor het feit dat ik over hem heen was gevallen en beloofde snel te vertrekken.

Ik besloot in de Binnenhofbar een biertje te gaan halen. De barkeeper daar herkende me. Hij stak bij wijze van begroeting zijn wijsvinger naar me op en kreeg direct daarop een doffe stomp in zijn gezicht van de held van het Binnenhof. De held van het Binnenhof deed vervolgens een minuut of vijf, zes erg geheimzinnig over het zojuistgebeurde. Hij ontkende de barkeeper te kennen, en zei dat ik vooral niet moest denken dat hij Ton was. Naast hem stond een jonge vrouw die vertelde dat zij van iedereen op het Binnenhof al het langst aan het feesten was. Dat snapte ik maar al te goed. Zo hard als hier gefeest werd, dat was niets voor oude mensen. De nar kwam de bar binnen, in zijn speciale minibroekje en schrijlings gezeten op een minipaardje. En verdomd als het niet waar was, iedereen begon inderdaad helemaal blij te lachen. Ik kreeg hier echter behoorlijk de zenuwen van en vroeg of ik een sigaret mocht opsteken. Dat mocht alleen als de eigenaar van de bar er was, riep iedereen. Als het personeel aanwezig was, was roken verboden.

In de hoek van de bar draaide een slome beer eindeloos kleine rondjes om zijn as. Dat is Rooie Kerel, zeiden de mensen om me heen. Hij zegt dat ‘ie zich warm loopt. Doet ‘ie al jaren. Ergens in het midden ging plotseling een telefoon over. Iedereen begon nu boos door elkaar te schreeuwen: daar belde die trut van een Hedwige de Bruxelles alwéér op. Mark kwam aangerend en gooide zijn smile naar de telefoon, die gewoon door bleef rinkelen. Hedwige de Bruxelles snapt mijn smile volgens mij niet, zei hij, chagrijnig. Hij draaide zich zwijgend om naar de nar, die daarop direct de mantra van Vlagtwedde aanhief. De rechterzijde van de bar viel hem unaniem en ook wel spontaan bij. Dat zou dat naargeestige spook van een Hedwige voorlopig wel even bezweren, zei Mark. De gehele linkerkant van de bar zette, voorspelbaar genoeg, hevig wenend voluit op het jankorgel een dramatische klaagzang in.

Een acute vermoeidheid overviel me vrij plotseling en toch nog onverwacht. Tegen zoveel feestgedruis was ik niet opgewassen, voelde ik, en ik besloot over de lege spitsstrook naar huis te wandelen.

Daar aangekomen sloeg ik de twee inbrekers die ik in mijn woonkamer aantrof dood met de miniatuursmile die ik voor mijn vertrek nog in de Binnenhofshop op de kop had getikt. In de uitverkoop. Omdat deze uiteraard niet zo groot was als het origineel, bleek dat nog even hard werken. Ze stribbelden ook behoorlijk tegen, de inbrekers. Hoho, zeiden ze telkens, wij hebben ook problemen thuis, hoor. Hun geluksmachine bleek kapot, en ze hadden geld nodig voor de reparaties. Maar ik was meedogenloos.

Ik gooide de dode inbrekers over de schutting en liep door naar de slaapkamer. Ik ging op bed liggen, sloot mijn ogen en aaide de kater van het feest van de democratie, die me gezellig naar huis was gevolgd. Weet je, zei ik tegen hem, dat was een bespottelijk feestje. Ik ga niet naar #TK2013. De kater beet eens hard in zijn eigen staart en spinde zichzelf tevreden in slaap.

Eén reactie op “Het feest van de democratie

  1. Paddo Henkie

    De teloorgang van de democratie samengevat in een hallucinerende zweem van goedkope parfum en naargeestige tandpasta smiles. Als of de geest van de gebroeders de Wit zich langzaam voortsleept over het Binnehof waar de democratie als een derdenrangs eurovisie songfestival wordt verkwanseld dit alles voor de kijkcijfers. Alles moet platter, luchtiger en als het even kan leuker. Langleven de waanzin van alle dag.

Comments are closed.