HSN_03

Haal jij nog eens een biertje

“Ik heb eigenlijk heel weinig met Den Haag. Ik heb hier wel een paar vrienden wonen, en ik treed er natuurlijk regelmatig op. Maar de stad zelf, daar heb ik geen echte relatie mee. Waar ik wel iets mee heb, is de taal. Het platte Haags, met veel scheldwoorden, kanker en kut. Prachtig vind ik dat. Als je het niet kent, schrik je je dood als je ermee geconfronteerd wordt. Ik hou wel van die cynische, sarcastische humor zonder enige gêne. Ober, mag ik een biertje?”

“Haags Straatnieuws he? Nee, ik ken die krant niet. Maar het fenomeen straatkranten, dat onderschrijf ik volledig. Voor veel mensen die op straat leven is dat toch een prachtig middel om iets te verdienen, en onder de mensen te komen? Ik heb niet zoveel verstand van hulpverlening aan daklozen, maar wat ik ervan merk, is dat die hulpverlening veel meer maatwerk is dan vroeger. Vroeger móesten mensen maar van alles, tegenwoordig worden mensen volgens mij veel beter geholpen, naar hun behoefte in plaats van met dwang. Vroeger woonde ik op de Wallen in Amsterdam. Daar liepen veel jongens rond die zwaar aan de heroïne verslaafd waren, en soms ook op straat leefden. Met sommige van die jongens heb ik vroeger in de klas gezeten. Een van die jongens, Pim, heb ik wel eens geholpen met afkicken. Dat ging helemaal niet, want hij was zó zwaar verslaafd. Zonde, want hij was ongelooflijk muzikaal. Hij stond altijd blokfluit te spelen op de Wallen. Dat was eigenlijk een grappig gezicht, om zo’n totaal uitgemergelde jongen zo ongelooflijk vrolijk blokfluit te zien spelen. Ik gaf hem altijd vijf gulden, kon ie weer even vooruit. Túúrlijk moet je compassie met zo’n jongen hebben. Hij is in de eerste plaats toch gewoon mens? Mag ik trouwens nog een lekker biertje? Ik krijg er nu echt zin in.”

“Ik heb zelf genoeg drugs gebruikt. Ik heb veel geblowd, en cocaïne gebruikt. Als mensen drugs willen gebruiken, dan vind ik dat prima. We moeten met z’n allen zoveel! We moeten gezond zijn, stoppen met roken, niet teveel drinken, niet te vet eten, op je cholesterol letten, er wordt ons aangepraat dat we moeten sporten, en sparen. Wat is er gebeurd met zelfbeschikking? Ik rook, ik drink, ik weet dat dat niet goed is voor me. Maar het is mijn eigen keuze, ik kies daar toch zelf voor? Ik ben helemaal voor de legalisering van drugs. Aan drugs wordt nu gewoon heel veel geld verdiend door de verkeerde mensen. De criminalisering van drugs heeft er alleen maar voor gezorgd dat veel mensen hun geld verdienen met de bestrijding ervan, maar mensen zijn geen grammetje minder drugs gaan gebruiken. Ehh, mag ik nog een biertje?”

“Na de middelbare school heb ik heel lang een uitkering gehad. Ik wist gewoon niet goed wat ik moest doen met mijn leven. Van jongs af aan wist ik dat ik iets met optreden moest gaan doen. Al heel jong stond ik voor familie te zingen en op te treden. Maar dat je met optreden geld kon verdienen, ik had géén idee! Ik heb echt heel lang gedacht dat Toon Hermans gewoon tandarts was, en ‘s avonds optrad. Ik heb altijd gewerkt, maar wel met een uitkering erbij. Pas toen ik 28, 29 was, moest ik een keuze maken. En daarbij heb ik wel wat mazzel gehad. Begin jaren ’90 heeft een vriendin me opgegeven voor een open podium in de Engelenbak. Ik zong, ik componeerde, en trad altijd in de veilige omgeving van de huiskamer op voor vrienden. Die avond vertelde ze me een half uur van te voren dat ik ook op moest. En toen was het te laat om terug te krabbelen. Ik heb een kwartier opgetreden, en de zaal ging volledig uit zijn dak. Ik speelde al sinds mijn tiende, maar daar ontdekte ik dat ik dit zelf kon doen, helemaal op eigen kracht. Ik merkte dat mijn zwarte humor volledig werd begrepen. Het was het duwtje waarnaar ik op zoek was. Mijn tweede geluk was, dat er een impresario in de zaal zat die me hoorde en zag optreden. En die heeft me direct benaderd. Vanaf dat moment werd alles anders, en begon mijn carrière. Bestel jij trouwens nog eens een biertje!”

“Ik begeleid een aantal jonge mensen die willen optreden. Dat is tegenwoordig heel moeilijk. Die jonge mensen die nu willen spelen, moeten eerst een festival winnen voor ze een impresariaat kunnen krijgen. En er zijn maar drie grote festivals in Nederland, het Leids Cabaret Festival, het Amsterdams Comedy Festival en Camaretten in Rotterdam. Bij mij ging dat andersom. Toen ik mijn eerste festival won, hád ik al een agent. Die jonge kleinkunstenaars zijn eigenwijs, en willen heel graag zingen en componeren zoals ik dat doe. Maar daar is tegenwoordig heel weinig ruimte voor, en ook weinig publiek. Ik speel ook nog steeds voor zaaltjes met tachtig man, terwijl ik al onwaarschijnlijk veel speelbeurten achter de rug heb en ruim de tijd heb gehad om mijn publiek te laten groeien. Voor jonge kleinkunstenaars is het zo ongelooflijk moeilijk. Theaters nemen steeds minder risico. Mensen zien namelijk liever grote musicalproducties. Hoe stommer de productie, hoe voller de zaal. Nederland had een enorm goede infrastructuur wat kleine zaaltjes betreft. Maar iedere gemeente wil tegenwoordig een schouwburg in plaats van een theater. Zodat wethouder Zus & Zo geëerd kan worden met een mooi tegeltje op de muur. Dus in Appelgat en Bonkebroek verrijzen de meest futuristische schouwburgen. Iedere gemeente wil met de grote jongens mee doen, maar ze vergeten dat juist dat kleine circuit juist onwaarschijnlijk belangrijk is voor de kleinkunstsector. Subsidieverstrekkers zijn alleen maar geïnteresseerd in grote projecten, waarbij het vooral om omzet draait. Maar ik zie het als stoerdoenerij. Theater is geen commercie, maar dienstverlening, dat is men helemaal vergeten. Door voor een zaaltje te gaan staan, en mensen te vertellen waar jij de afgelopen tijd over na hebt gedacht, verleen je ze een dienst. Ik heb namelijk de tijd om na te denken over dingen waar de meeste mensen geen tijd voor hebben. Het trieste is, dat cabaretiers die veel succes hebben, praten over dingen waar iedereen over praat. Dat vind ik raar. Zeg, zullen we nog één biertje nemen?”

“Ik zie op TV allemaal programma’s waarin mensen beroemd moeten worden. Dat vind ik zo zielig! Dat is een enorm misverstand in onze samenleving, daar gaat het helemaal niet over. Het gaat over mooie dingen maken, en de tijd nemen om een verhaal te vertellen, een boodschap over te brengen. Helaas heeft Andy Warhol gelijk gekregen, in deze toekomst is iedereen 15 minuten beroemd. Kijk naar Jamai uit de eerste Idols-serie, die zal altijd Jamai zijn en komt daar nooit meer vanaf. En we horen ook weinig meer van hem. Het kwartier is dus blijkbaar voorbij. Dat is toch triest? Bram Vermeulen vroeg me ooit of ik beroemd wilde worden. Ik zei dat beroemd zijn slechts relatief geluk is. Goedzo, zei hij, want dat gaat je toch nooit lukken! Ergens heeft hij gelijk, want ik ik heb maar een klein publiek. Sommige mensen vinden dat elitair. Geert Wilders heeft onlangs nog de elite doodverklaard. Elite, wordt altijd gezegd, dat zijn verstokte intellectuelen. Maar ieder land heeft zijn elite nodig! De elite is de voorhoede van de kunst en cultuur. Er wordt nu gedaan alsof dat iets vies is, of iets kwalijks. Iets van de linkse kerk, en daarmee verantwoordelijk voor alle problemen die de linkse kerk heeft veroorzaakt. Dat gaat he-le-maal nergens over. Zeg, ik begin er nu echt zin in te krijgen. Laten we nog een biertje bestellen!”

Ik word dus tot die elite gerekend. Ik begrijp niet waar dat over gaat. 90 procent van Nederland is gewoon zwaar gefrustreerd. En daar zit blijkbaar een enorm electorale winst. Kijk naar Volendam, waar gewoon doorgefokt volk woont. Een tijd geleden mochten ze stemmen voor de Europese verkiezingen. En dan stemmen ze allemaal op de PVV, want ze zijn tegen Europa. Maar de mensen die in dat dorp wonen, zijn stinkend rijk dankzij Europa. Europa subsidieert het toerisme, de visserij, noem maar op. Al die doorgefokte christenen daar schelden dus op Europa, én op de moslims. Ik ben er geweest, je komt er een hoop gekken tegen, maar géén moslims. Dat is toch krankzinnig? Trouwens, nu we het toch over politiek hebben – bestel jij snel nog even een biertje – we worden nu geregeerd door een christelijk kabinet. Die regering praat ons zoveel onzin aan. We zijn racistisch, niet zorgzaam genoeg, asociaal, xenofobisch. Maar dat is helemaal niet waar! Geen land zo solidair als Nederland. Kijk maar naar de AWBZ. Miljarden betalen we met z’n allen om ervoor te zorgen dat iedereen de juiste voorzieningen krijgt. En met die multiculturele samenleving gaat het ook best goed. We moeten daar gewoon wat minder over praten. Maar die christelijke politici, die zijn zóóó erg jongen! Neem nu de minister van Defensie. De Christen Unie heeft altijd de mond vol over abortus, euthanasie, stamcelonderzoek. Dat mag allemaal niet, want alleen god beschikt over leven en dood. Maar Eimert Middelkoop heeft er blijkbaar geen enkele moeite mee om 18-jarige jongens en meisjes naar de oorlog in Afghanistan te sturen. Waar ze vervolgens andere mensen moeten doodschieten, of zelf doodgeschoten worden. Dus hijzelf mag blijkbaar wel over leven en dood van anderen beschikken. Maar iemand die ondraaglijke pijnen lijdt en graag zelf een einde aan zijn leven wil maken, op de meest integere manier, dat zou dan niet mogen? Dat is toch om je rot te schamen!? Het ministerie van Landbouw en Visserij is altijd bemand door CDA-ministers. En kijk eens wat die ministerschappen ons hebben opgeleverd. Enorme varkensflats, de supermarkten liggen vol met vlees uit de bio-industrie van beesten die nog nooit daglicht hebben gezien. We krijgen ladingen vlees te eten dat boordevol penicilline en hormonen zit. Ik denk dan, waar ben je dan met je scheppingsverhaal? We kunnen lang praten over moslims, maar we zitten met z’n allen toch echt diep in de problemen door die christenen. Zo gaan we dus om met die fantastische schepping van het opperwezen. Hypocriet is het. Kom, we drinken buiten nog een een-na-allerlaatste biertje, op het terras. Daar mogen we ook lekker roken. En dan praten we nergens meer over.”

Note van de auteur:
Dit interview is twee jaar oud. Om voor mij onduidelijke redenen is het destijds niet geplaatst. In ieder geval ben ik het – nog steeds – helemaal met Maarten eens.

Foto’s door: Eric Kampherbeek.

Eén reactie op “Haal jij nog eens een biertje

  1. Pingback: Red hem niet | prikkeldaad

Comments are closed.